Dag ouderlijk huis...

Ik woon in een huurhuis, dat al sinds 11 april 1984 gehuurd wordt door mijn moeder. Dat is dus ruim 20 jaar geleden. In april 1984 was ik 3 jaar, dus je kunt wel zeggen dat ik in dit huis ben opgegroeid. Ik ken in dit huis ieder hoekje en gaatje, weet welke traptreden kraken en waar het zolderraam lekt als het regent. Ik weet waar in de tuin de bedrading voor de tuinverlichting ligt, waar de plassen onstaan bij regen en waar de spinnenwebben meestal hangen.

Hier leef ik. Al jaren. En dat bevalt me perfect. Mijn thuis.

Echter: ik moet weg. Ik ben nooit huurder geweest en voor de wet ben ik slechts medebewoner, en niet medehuurder. Als ik huurder zou willen worden van dit huis zou het niet mogen, omdat het met vijf kamers te groot is voor mij. Dat is het ook, maar het zijn wel mijn vijf kamers.

Volgens de wet heb ik een half jaar om wat anders te zoeken, zo weet ik na een gesprek met de woningstichting vanmiddag. Vanaf nu ben ik, naast werkzoekend, ook woningzoekend. Eind december loopt het halve jaar, gerekend vanaf mijn moeders overlijden, af. Dan moet ik in feite iets anders gevonden hebben, waar dan ook.

Gelukkig word ik daar wel bij geholpen door de woningstichting, en gooien ze me echt niet op straat als ik niks kan vinden, maar toch... dit is mijn huis, in de buurt waar ik ben opgegroeid. Waar ik de buren ken, waar ik de korte route richting de supermarkt en de bushalte weet. Waar ik vroeger de huis-aan-huis krant heb bezorgd.

Ik ben mijn moeder kwijt en straks ook nog mijn huis. Lekker is dat. What's next?