Vibe Coding

Toen ik begon met programmeren, zo rond de eeuwwisseling, vond ik het maar wat fijn dat er speciale editors waren die de programmeertaal begrepen en deze zo konden weergeven dat die beter leesbaar was dan wanneer je het gewoon, zwart-op-wit, in een normale teksteditor zou bewerken. Ik weet niet meer welke inmiddels doodnormale features ik vanaf het begin al tot mijn beschikking had, maar automatisch uitlijnen van de code, autocomplete en met een ctrl-klik of cmd-klik van bestand naar bestand springen waren al gauw essentieel. Vooral het gegeven dat je editor, of 'IDE' zoals we het ook gingen noemen (voor Integrated Development Environment, een applicatie waarmee je meer doet dan alleen bestanden bewerken), een functienaam waarvan je de eerste tekens begint te typen kon aanvullen was superhandig. Je kon veel sneller programmeren, gewoon af en toe op tab drukken en hoppa! (Ik vraag me nog steeds af waarom er developers zijn die zweren bij editors die dit allemaal niet bieden, maar ieder z'n ding, natuurlijk.)

Jarenlang was dat het wel een beetje. Natuurlijk kwamen er meer intelligente formatters en kreeg je hints in de code over wat er mogelijk fout was, een beetje zoals de rode kringeltjes die in een tekstverwerker onder onbekende of verkeerd gespelde woorden staan, maar met tab een functienaam aanvullen was het wel zo'n beetje, qua intelligentie.

Totdat Copilot op de markt kwam. Daar zat AI in. Die kon niet alleen je functienaam aanvullen, maar hele regels code, en toen hele functies, en toen hele implementaties. Alles door alleen maar op tab te drukken!

Mijn ervaring met een dergelijke tool (ik heb nooit Copilot gebruikt, maar wel concurrenten) kwam pas laat op gang; toen presentators op conferenties tijdens live demo's af en toe hun AI-suggesties moesten wegklikken omdat dat niet was wat ze aan ons wilden laten zien (het was op dat punt al geen nieuwigheid meer), deed ik het meeste gewoon nog met de hand. Maar toen ik éénmaal zoiets had, wow, wat cool. Je hebt iets in gedachten, begint te typen en hop, je editor-met-ai doet een suggestie die eigenlijk precies is wat je wilde. Dat voelde als magie.

Copilot, toen het voor het eerst beschikbaar kwam als tool van GitHub (tegenwoordig stopt Microsoft het overal in, maar toen was het nog puur een GitHub-tool) was gebaseerd op GPT, van een versie voordat ChatGPT uitkwam. Het was misschien wel de eerste zichtbare glimp van de huidige AI-hype.

Tegenwoordig doet een AI-programmeertool meer dan een beetje naar je code kijken en met behulpzame suggesties komen. ChatGPT, en daarmee het voor iedereen beschikbare concept van een AI-chatbot waar je mee kunt converseren, is nu grofweg 3,5 jaar oud en chatbots kunnen al een tijdje zelfstandig programmeren. En hoe zelfstandig ze dat kunnen is continu aan het veranderen. Een gebruiker hoeft eigenlijk niets meer zelf te kunnen: leg gewoon aan je AI-editor (want alleen een eenvoudige chatbot is net niet voldoende) uit wat je wilt, en hele applicaties worden uit het niets in elkaar gezet. Je kunt het ter plekke uitproberen, suggesties aangeven, de nieuwe functionaliteiten beoordelen, weer suggesties geven en zo steeds verder itereren, zonder je druk te maken over de onderliggende code.

Het wordt 'vibe coding' genoemd, en hoewel dat allemaal erg leuk is, is het soms ook hoe er wordt gerefereerd naar hoe ouderwetse developers nu steeds meer met AI beginnen te doen. Ook ik; mijn AI-aanvullingstool is allang in onbruik geraakt, want met tools als Cursor en Claude Code laat ik de 'agent' gewoon doen wat ik wil dat die doet. Ik vraag, de agent draait. Maar ik vind niet dat ik aan het vibe coden ben.

Bij vibe coding heb ik het idee dat het draait om ofwel een developer die maar wat aanrommelt (gewoon, voor de lol), of iemand die geen programmeerkennis heeft, die dankzij deze technologie toch in staat is iets werkends te krijgen. Vibe coding is eigenlijk niet-coding, want je kijkt niet naar de code. Het zou, door al je opeenvolgende prompts, een compleet zooitje kunnen worden voor een developer die vervolgens met het eindproduct moet werken, maar het idee is dat dat niet erg is, want die developer is toch ook weer een AI-agent, dus wat maakt het uit. Vibe coding gebruik je in zinnen als "dat is even snel in elkaar gevibecode". Zo'n zin is per definitie denigrerend en vaak ook zo bedoeld.

AI voor programmeren is heel waardevol. Hoe waardevol precies, zijn mijn collega's en ik momenteel op dagelijkse basis aan het ontdekken. Het lijkt in ieder geval flinke winst op te leveren bij het uitvoeren van programmeertaken op het punt van het schrijven van code. Dat kun je vergelijken met hoe reguliere tekst in een chatbot veel sneller tot je komt dan je kunt antwoorden; er is tijdswinst in het pure schrijfwerk, en mijn gebruik van AI in programmeren is vooralsnog dat: ik weet wat ik wil en laat de agent dat doen. Ik denk, agent schrijft. Of: ik chat met de agent over een onderwerp, laat achtergrondinformatie analyseren, vraag om mogelijke benaderingen, maak keuzes en laat de agent aan de slag gaan. Dat is alweer een stap verder, maar dan nog zit de grote winst in de snelheid waarmee je iets gedaan krijgt.

Waar het minder goed mee helpt is het beoordelen van code. Een AI agent kan, als die niet onder controle gehouden wordt, eindeloos code blijven schrijven. Maar voordat je die in gebruik neemt moet het allemaal worden beoordeeld. Natuurlijk: dat kun je een AI agent laten doen. En dat doen we ook; het agentic framework (dat is onze inrichting die de AI agents volgens een bepaalde werkwijze laat werken) dat we gebruiken bevat een reviewer-agent die beoordeelt wat een developer-agent heeft gebouwd. Dus dat is fijn. Maar hoe veel agents je ook loslaat op je programmeeropdracht, voorlopig moet je er als mens nog altijd naar kijken. En daar zit een bottleneck; zakelijk gezien iets dat een manager wellicht zo snel mogelijk ook helemaal door AI wil laten doen, maar professioneel gezien iets dat veel belangrijker wordt dan het programmeerwerk. Het is waar de mens beoordeelt wat de agent heeft gedaan. Waar wordt bekeken of er niet verkeerde keuzes zijn gemaakt, of het allemaal nog wel (door mensen, want dat is nog steeds het uitgangspunt) onderhoudbaar is, of het wel veilig is, et cetera.

Het is een interessante tijd, nu mijn programmeerwerk, waar syntax highlighting en tab completion vroeger superhandig waren en nu normaal zijn, langzaam verandert in agents laten doen wat je zelf veel trager zou doen. Als developer wil je dat onder controle houden, zorgen dat je iets goeds oplevert. Er is geen vibe; het is gewoon een evolutie van het werk. Het is geen vibe coding. Het wordt agentic programming genoemd, mooie serieuze term, misschien een beetje pretentieus, maar het verschil is duidelijk: gebruik de AI agent als speler in het spel, waarbij je de zetten begrijpt, en er is van vibe coding geen sprake.

Het filmjaar 2022

Still uit Everything, Everywhere, All at Once

Hoewel we het jaar in een lockdown begonnen, waarin de bioscopen niet open mochten zijn, was dat na het begin van het jaar snel voorbij en kon, zo blijkt nu aan het einde van het jaar, een prachtig filmjaar losbarsten. Ik heb met volle teugen genoten van het filmaanbod; zowel op de streamingdiensten als in de bioscopen en filmtheaters was er steeds weer iets nieuws, leuks te vinden.

Mijn bezoek aan het London Film Festival in oktober, alweer mijn derde keer, was een relevante mijlpaal in mijn filmjaar: zes van de films uit mijn Top 10 heb ik daar gezien. Op FOK! postte ik uit die top 10 een selectie van vijf films, gebaseerd op wat er dit jaar beschikbaar was in de Nederlandse bioscopen of op streamers. (Het stukje wat je nu leest is een bewerking van dat stukje.)

Wat me opvalt is dat ik vooral de kleinere films bovenaan heb laten eindigen - mijn nummer 2 is een film die zelfs maar een paar schamele weken in een handjevol zalen is vertoond, maar waarvan ik gelukkig van het bestaan wist omdat deze in het buitenland in het vorige jaar goed is ontvangen. Eén van mijn films is in Nederland alleen op streaming geweest, maar die heb ik gelukkig op het LFF mogen zien en heeft dus een paar maanden in mijn hoofd kunnen bewijzen dat een plek in de top 5 gerechtvaardigd is.

Wat mijn bovenste tien allemaal niet heeft gehaald is verder nog steeds hartstikke leuk: we kregen dit jaar een geheel nieuwe Batman, die ik uiteindelijk meerdere keren heb gezien. Tom Cruise bewees dat het een goede keuze was om Top Gun: Maverick niet te verkopen aan een streamingdienst; wat gaaf om die op een supergroot scherm te hebben gezien. Ik heb op het filmfestival van Rotterdam een documentaire (Shabu) gezien over een jongen uit mijn eigen wijk; die film kwam ik op het LFF vervolgens ook weer tegen. In animatie was er met een Chip 'n Dales, Turning Red, een nieuwe Minions en Guillermo del Toro's Pinocchio een leuk aanbod.

Er waren ook teleurstellingen. De nieuwe Matrix en de nieuwe van Robert Eggers vielen tegen, net als de Toy Story-spinoff Lightyear. De Harry Potter-spinoffserie Fantastic Beasts bewees dit jaar volkomen zinloos te zijn en waar Guillermo del Toro slaagde, stelde Robert Zemeckis teleur met Pinocchio. Maar ach, elk jaar kent releases die je mijdt omdat ze volgens iedereen tegenvallen (ik moet nog steeds beoordelen of Morbius écht zo slecht is) of die je wel hebt gezien, maar uiteindelijk zonde van je tijd bleken.

Dat gaan we komend jaar natuurlijk ook weer krijgen. Er komt in alle lagen van het filmspectrum weer van alles bovendrijven. Er komen weer overbodige blockbusters met superhelden en kleine maar sterke drama's van onafhankelijke filmmakers. Er komen langverwachte vervolgen en nieuwe sensaties. We gaan naar de bioscoop, het filmhuis of blijven gewoon lekker thuis. We gaan genieten of ons ergeren. Hopelijk meer goeds dan slechts, maar ik ontvang alles weer met open armen.

10. Boiling Point

De eerste van drie films in mijn top 10 die een dinermaaltijd centraal hebben staan. Verteld in realtime portretteert deze film de gang van zaken in een restaurant uit het hoge segment. Alles van hoge werkdruk, tot asociale gasten, tot speciale dieetwensen en een recensent komen langs. Het realtime-aspect is natuurlijk indrukwekkend (deze is écht realtime opgenomen), maar vooral relevant omdat het je de druk van het werken in een restaurant laat voelen.

9. The Menu

Heerlijk sinister, deze film die je eigenlijk in een double bill met Triangle of Sadness moet gaan zien. Een groep restaurantgasten op een privé-eiland wordt een luxediner voorgezet door een arrogante restaurantchef, die meer plannen blijkt te hebben dan alleen een meergangendiner voorschotelen.

8. Living

Een remake van Akira Kurosawa's Ikiru, met Bill Nighy als een stoffige Britse ambtenaar die zich op zijn oude dag realiseert dat hij in zijn leven niet echt heeft geleefd. Hij laat de sleur los en neemt de wereld om zich heen in zich op. Waar hij geniet, geniet ook het publiek.

7. Till

De moord op Emmett Till, zo vertelt Wikipedia, leidde in de VS uiteindelijk tot de Civil Rights Movement in de VS. Deze film laat zien hoe die gruwelijke moord plaatsvond en hoe zijn moeder omging met die gebeurtenis. Het is eenvoudig om Emmett Till uit gemak 'de George Floyd van de jaren 50' te noemen, maar het doet geen recht aan hoe gruwelijk het was en waar het toe heeft geleid. Helaas, en dat is waardoor ik met een brok in mijn keel de zaal uitliep, heeft het tot veel te weinig geleid. Till draait vanaf eind maart in Nederlandse bioscopen.

6. The Whale

De terugkeer van Brandon Fraser. Hij maakte dit jaar de tour langs de filmfestivals en kreeg overal staande ovaties voor zijn rol in deze film, zelfs op het LFF, waar ovaties geen gewoonte zijn. Fraser speelt een man, vader van een tienerdochter, die enorm overgewicht heeft en zijn huis niet uit komt. De gehele film speelt zich daarom in zijn appartement af, waar we hem zien worstelen met zijn gewicht en het gedrag dat dat gewicht heeft veroorzaakt, de relatie met zijn dochter en zijn enige vriendin die voor hem zorgt. IJzersterke rol van Fraser - de ovaties zijn terecht - en een mooie, gefocuste vertelling van Darren Aronofsky. Te zien vanaf 16 februari.

5. The Banshees of Inisherin

De meest tragische komedie die ik ooit zag, over een tweetal vrienden waarvan de één op een dag de ander de vriendschap ontzegt. Brendan Gleeson en Colin Farrell spelen opnieuw de hoofdrollen in een zwarte komedie van Martin McDonagh, die uiteindelijk gaat over vriendschap, depressie en nalatenschap. Draait vanaf eind januari in Nederlandse bioscopen (en nu al in voorpremières).

4. Triangle of Sadness

Gezien in een volle zaal, wat het beleven van die ene scène tot een hilarische gezamenlijke ervaring maakt. Een satire over de superrijken, die op subtiele, maar ook uiterst platte manier de humor over het publiek uitstrooit. Hoewel ik maanden later nog steeds vind dat het einde wat inzakt (en wellicht te lang duurt) blijf ik deze film van harte aanraden.

3. Glass Onion

Deze film doet precies wat het wil doen: een humorvol moordmysterie dat de puzzel langzaam en onvoorspelbaar compliceert en daarna oplost. Tel daarbij op de sterrencast rondom Edward Nortons domme miljardair en Daniel Craigs tweede (van hopelijk vele) optreden als Benoit Blanc en je hebt gewoon een klassieker.

2. Mass

Vier ouders spreken met elkaar in een kamertje. Twee ouders zijn hun kind verloren; het kroost van de andere twee ouders is daarvan de oorzaak. Uitermate krachtig in z'n simpelheid en de ontroerende vertolking door de vier acteurs. Niemand loopt onverschillig uit de zaal waar deze film wordt vertoond.

1. Everything, Everywhere, All at Once

Dé verrassing van 2022 was die ene multiversumfilm die niét van Marvel was: een knotsgek avontuur rondom een wasserette-eigenaar die de spil is in de strijd tegen een multiversum-bedreigende slechterik. Met bizarre grappen, geweldige vechtchoreografie en steeds weer een nieuwe, vindingrijke gebeurtenis en tóch een coherent verhaal met een mooi einde.

Massamedia bedienen niet de hele massa

Een paar jaar geleden stond er een nieuw liedje bovenaan de Top 2000, de jaarlijkse, door luisteraars van Radio 2 samengestelde, lijst van "de beste mainstream liedjes ooit gemaakt". De nummer één was een Nederlands liedje, van een nieuwe artiest, en ik had er nog nooit van gehoord. In een gesprek tijdens een borrel verklaarde ik dat ik niet wist om welk liedje het gaat.

"Jawel joh, die ken je wel," werd er geruststellend tegengeworpen. "Als je 'm hoort herken je 'm wel." Die uitspraak zou waar kunnen zijn; misschien kende ik het liedje wel, maar wist ik gewoon niet wat de titel of artiest was op het moment dat ik het hoorde. Dat heb ik heel vaak.

Deze week stond er in de krant iets over een actueel onderwerp. Logisch, want daar zijn kranten voor, maar dit was een column die wat zaken rondom dat onderwerp besprak en de columnist maakte de opmerking, aan de lezer, dat deze het specifieke onderwerp mede dankzij de vele talkshows op de Nederlandse televisie nauwelijks kon hebben gemist.

Soms ben ik op feestjes, of borrels, of bijeenkomsten, waar de aanwezigen gezamenlijk terugblikken op een herinnering. Dan wordt er een liedje van vroeger, een meme, of iets van YouTube (van vroeger of iets dat nu trending is) besproken en is een groot deel van de lol dat iedereen weet waar je het over hebt. Want iedereen kent het, natuurlijk. Haha.

Er zit een rode lijn in deze situaties. De aanwezigen (of de columnist) hebben een bepaalde kennis van iets en leven in de veronderstelling dat het gaat om algemeen bekende zaken. Zij kennen zelf dat liedje, hebben zelf de talkshow gezien, delen zelf met veel anderen het linkje naar die video. En ze vinden zichzelf niet uitzonderlijk, dus hun ervaring zal wel voor iedereen gelden, toch?

In al deze gevallen ken ik dat liedje niet, had ik de talkshows niet gezien en heb ik dat onderwerp dus wél 'gemist' en nee, die video kende ik nog niet. Want ik luister niet naar Radio 2, of een andere middle of the road-radiozender. Mijn televisiegedrag bestaat voornamelijk uit het zelf op 'afspelen' drukken bij de dingen die ik wil zien, nieuws haal ik uit de krant en niet van de tv en de social media-algoritmes suggereren bij mij andere linkjes dan bij anderen. Ik deel ook nauwelijks memes via berichtendiensten en men doet dat (dus) ook niet bij mij.

Ik heb wel eens een gesprek met iemand waarin ik verwijs naar een film. De ander heeft die film dan blijkbaar niet gezien en hoewel ik dan soms enige verbazing voel en dus aan de andere kant van de situatie sta, grijp ik dan meestal de kans om die film dan toch zeker even aan te raden. Ik leun niet op de veronderstelling dat een ander dezelfde films heeft gezien als ik. Als ik het omdraai krijg ik wel eens van iemand een reactie in de trant van "heb je die film niet gezien? Ga je schamen" te horen - een duidelijk voorbeeld van hoe je iemand om onbenullige redenen een minderwaardigheidsgevoel kunt willen aanpraten (al vermoed ik in zo'n geval eerder een poging tot het creëren van een meerderwaardigheidsgevoel bij hunzelf). De opvatting dat een film een must-see is hoeft niet samen te gaan met het idee dat iedereen die film dus ook gezien heeft.

Iedereen heeft blinde vlekken. Onze maatschappelijke discussies brengen er continu allerlei aan het licht en dat leidt vaak tot verhitte woordenwisselingen. Maar ze bestaan ook op een meer onschuldig niveau; gewoon niet beseffen dat ook op het gebied van hele triviale dingen een ander misschien andere belevingen en ervaringen heeft, zich bezighoudt met andere culturele tijdsbesteding en dus andere referentiekaders heeft. Ik hoop dat mijn blinde vlekken er zo min mogelijk toe leiden dat ik een ander het gevoel geef er niet bij te horen, of de 'verkeerde' dingen te hebben gekozen als het gaat om vrijetijdsbesteding, maar als ik het toch doe, mag je me naar deze column terugverwijzen. We maken allemaal onze eigen keuzes; daar zijn we allemaal voorstander van, maar laten we ook beseffen dat dat leidt tot verschillende ervaringen. Waar het specifiek gaat om het wel of niet kennen van bepaalde culturele uitingen zou het een aanleiding moeten zijn om elkaar nieuwe, mooie dingen te laten zien, in plaats van elkaar te veroordelen om het gebrek aan kennis.

We zijn een paar jaar verder sinds die editie van de Top 2000, en ik weet nog steeds niet of ik dat liedje ooit heb gehoord. Of hoe het heet, want dat ben ik alweer vergeten. Misschien staat het al niet eens meer in de lijst, of misschien is het al jaren nummer één. Ik gun het de artiest van harte, en de luisteraars ook.

Observaties in thuisisolatie

Dit is het vijfde weekend in de coronacrisis. Kort voor dat eerste weekend besloten mijn collega's en ik "om voorlopig maar vanuit huis te werken" en binnen enkele dagen hadden werkgever en kabinet dat besluit ook overgenomen.

Ik wist toen niet dat het zo lang zou duren.

Het gaat mij wel prima af; omdat ik voor FOK! sowieso altijd al vanuit huis werk heb ik thuis een werkkamer, met een prima stoel, bureau, et cetera. Ik zit daar nu simpelweg veel vaker, maar ik heb niets te klagen. Ik hoef niet mijn werkplek elke middag op te ruimen omdat er aan diezelfde tafel gegeten moet worden. Ik zit niet aan een onhandig tafeltje in een opslaghok. Ik kan "naar mijn werk" en er weer weggaan.

Okay, ik haal natuurlijk gewoon mijn koffie in de keuken, maar je snapt wat ik bedoel.

Ik mis buiten.

Niet dat ik niet meer buiten kom, maar zoals iedereen doe ik dat niet zomaar. Ik was vanmiddag even buiten. Rondje fietsen. Op de Wilhelminapier naar de Nieuwe Maas gekeken. Heerlijk rustig. Een heel ander uitzicht dan uit mijn raam. In plaats van auto's zag ik schepen voorbij komen. Lekker, even buiten. Maar dat was een bewust moment. Ik heb even een stukje buiten nodig, en dan ga ik weer naar binnen. Zoiets. Morgen wil ik weer hardlopen. Da's ook buiten.

De boter is bijna op. Da's niet bijzonder, maar ik ben al overgeschakeld op grotere boterkuipjes en deze is nu alweer bijna op. Ik heb nog nooit thuis zoveel boter gebruikt.

Comic-Con is afgelast. In vorige jaren kocht ik zo rond maart/april een vliegticket; dit jaar ging ik al overslaan. Even een jaartje niet. Maar ik hoef dat nu niemand meer uit te leggen. Er is geen Comic-Con meer om naartoe te gaan. Ik zie mijn vaste groep volgend jaar wel weer.

Ik ben blij met technologie. Het zorgt ervoor dat ik kan thuiswerken en dus veilig binnen kan blijven. Het zorgt ervoor dat ik wat te doen heb als ik me verveel. Het zorgt ervoor dat ik contact kan onderhouden met mensen die ik normaal gesproken regelmatig in het echt zie.

Vrijdagmiddagborrels via Google Hangouts zijn best leuk. De bediening is veel sneller dan in een café en het is ook goedkoper.

Maar ik mis kroegen. Of semi-kroegen, zoals de oude Fenix Food Factory. Ik hoop dat het niet te lang duurt voordat het weer terugkeert. En dat we veilig kunnen blijven.

Eigenlijk mis ik mensen.

Maar we komen er wel doorheen.

Keep your distance

Keep your distance

Mijn lokale Albert Heijn; wanneer de winkel te vol zit moeten klanten buiten wachten. De manager zelf staat binnen voor portier te spelen.

Film: Birds of Prey (and the Fantabulous Emancipation of One Harley Quinn)

De achtste film in het DC Extended Universe laat zien dat er nog voldoende te beleven valt aan de niet-Marvelkant van het superheldenspectrum, in een kleurrijke, knotsgekke actiekomedie rondom Harley Quinn. Serieus; ik had wel verwacht dat deze leuk zou zijn, maar werd meerdere malen positief verrast door de humor en de regie. En Margot Robbie is geweldig als Harley Quinn!

Hierrrr is mijn FOK!revew.

Film: Uncut Gems

Uncut Gems is het bewijs dat Adam Sandler zeker wel kan acteren; een verhaal dat niets is zonder zijn acteerprestatie toont hem als een obsessieve, gokverslaafde juwelier die maar net lijkt te kunnen voorkomen dat zijn leven bovenop hem instort.

FOK!review

Bad Boys For Life

In het derde deel van de Bad Boys-franchise zijn de helden wat ouder geworden, maar zonder veel verlies van energie of doorzettingsvermogen. In een actiefilm die beter te verteren is dan zijn voorganger is er bovendien meer aandacht voor de dynamiek tussen het duo.

De FOK!review vind je hier, en op maandag 20 januari babbelde ik, samen met een paar andere journalisten, met regisseurs Adil El Arbi en Bilall Fallah, die met deze film hun Hollywooddebuut maakten. Een verslag van het gesprek staat ook op FOK!.

Film: The Grudge

The Grudge is een remake die het niet voor elkaar krijgt zijn eigen bestaansrecht te verdedigen. Met een onderbenutte cast, rommelig verhaal en weinig inspirerende regie wordt hooguit onderstreept dat simpelweg leunen op een succesvolle titel misschien bioscoopkaartjes verkoopt, maar niet bepaald smaakt naar meer.

FOK!review

Film: Charlie's Angels

De nieuwe Charlie's Angels is veel leuker dan het publiek redelijkerwijs van deze film had mogen verwachten; een frisse update van het concept, met een prima verhaal, neergezet door een goede cast. Charlie's Angels is ouderwets vermaak, maar wel goed vermaak.

FOK!review

Film: 1917

Het verhaal van twee voetsoldaten die een boodschap moeten overbrengen achter de vijandelijke linie. Sam Mendes neemt de kijker mee in een claustrofobische, cinematische ervaring die ontroert, meesleept en fascineert.

FOK!review

FOK! goes Comic-Con

In juli was ik, zoals de laatste jaren voor mij gebruikelijk, in San Diego voor Comic-Con International. Dit jaar heb ik iets nieuws gedaan in mijn verslaggeving voor FOK!: ik heb video's gemaakt. Ze zijn feitelijk in een vlog-stijl en beschrijven in drie delen mijn ervaringen tijdens deze editie van SDCC.

Op deze plek staat externe inhoud. De aanbieder hiervan kan mogelijk cookies plaatsen en een poging doen je online te volgen. Je moet dus even akkoord gaan voordat deze inhoud aan je getoond kan worden.

Als je akkoord verleent geldt dit ook voor eventuele andere elementen op deze pagina.

Op deze plek staat externe inhoud. De aanbieder hiervan kan mogelijk cookies plaatsen en een poging doen je online te volgen. Je moet dus even akkoord gaan voordat deze inhoud aan je getoond kan worden.

Als je akkoord verleent geldt dit ook voor eventuele andere elementen op deze pagina.

Op deze plek staat externe inhoud. De aanbieder hiervan kan mogelijk cookies plaatsen en een poging doen je online te volgen. Je moet dus even akkoord gaan voordat deze inhoud aan je getoond kan worden.

Als je akkoord verleent geldt dit ook voor eventuele andere elementen op deze pagina.

Mijn eerste race: gefinisht op de Coolsingel

Tja, als ik aankondig dat ik een race ga hardlopen moet ik achteraf ook even vertellen hoe het is gegaan, natuurlijk. Het ging goed! Niet perfect, maar ik ben ruim binnen de deadline over de finish gekomen en daar ging het uiteindelijk om.

Zoals ik zaterdag schreef; ik wil al jaren 'ooit eens' een afstand lopen in het Marathonweekend in Rotterdam. Niet dé Marathon, dat is alleen voor de echte helden, maar gewoon een beginnersafstandje. Ik had mijn zinnen gezet op de AD City Run, die met 4,2 kilometer lengte ook wel de 'mini marathon' wordt genoemd (en ooit officieel zo heette).

Als eeuwige beginner ben ik in de herfst weer langzaam begonnen met trainen tot ik een paar maanden terug het idee kreeg dat het toch niet echt opschoot. Pushte ik mezelf niet ver genoeg? Komt de vooruitgang nog wel? Moet ik gewoon geduld hebben en het tempo blijven volgen? Mijn idee was om in de maanden voorafgaand aan dit weekend elke maand een kilometer langer te kunnen hardlopen, al dan niet aan één stuk. Ik schreef zaterdag al dat er wat hobbels op de weg lagen (ha ha, weer een running gag. I'm on fire!) en het doel, namelijk de City Run aan één stuk uitrennen, niet echt meer gehaald kon worden. Dus ik ging voor 'binnen de deadline uitlopen' (die staat op drie kwartier) en dan hopen dat ik niet precies op 44 minuten en 59 seconden binnenkom, natuurlijk.

Mijn training, de laatste weken, bestond uit het zoeken van een evenwicht tussen stukjes rennen en wandelpauzes om mijn scheen- en kuitspieren een mogelijkheid te geven op adem te komen. Dat ging best redelijk, maar soms wat krap qua tijdplanning omdat ik tijdens sommige wandelpauzes zelfs moest stoppen en zitten om de spanning van mijn spieren weg te laten trekken. Ik gebruikte Runkeeper om mijn tempo in de gaten te houden (en me elke minuut een update te geven) en als ik boven de 10 minuten per kilometer uit zou komen, zou 4,2 kilometer in 45 minuten dus kantje boord zijn. Uiteindelijk was ik zaterdag dus best nerveus of ik niet te lang zou gaan doen over het finishen, want ik zat tijdens de training vaak over de 9 minuten en ik had de hele 4,2 nog nooit in een training gedaan; zou ik helemaal aan het einde zo kapot zijn dat het tempo enorm lager zou komen te liggen?

Nee! Helemaal niet. De race zelf ging zoals de trainingen; stukjes rennen met beleid (niet te snel om problemen te voorkomen) en tijdens de wandelpauzes proberen te ontspannen. Ben ook af en toe even op een stoeprandje gaan staan stretchen. Dat hielp wel. En uiteindelijk kwam ik weer aan op de Coolsingel. Heb daar eerst een stukje gerend, toen nog heel even gewandeld, en het laatste stuk lekker voluit rennend voltooid. En toen kon ik eindelijk doen wat ik zo leuk vind aan hardlopen; me lekker laten gaan, tempo erin gooien. Ik hoefde me niet meer in te houden omdat ik mijn 'kracht moest bewaren zodat ik de race nog kan uitlopen', want ik wás de race aan het uitlopen! En hard! Ik slalomde om de laatste voorgangers heen, versnelde voor de finish nóg een stukje (wat gezien het gejuich werd opgemerkt door de toeschouwers) en kwam met een eindtijd van 35 minuten en 28 seconden over de finish.

Die eindtijd is helemaal niet zo indrukwekkend voor een gemiddelde hardloper, maar ik was de rest van de dag zo trots als een pauw. Ik heb 'm uitgelopen, ik heb het ruim binnen de tijd gedaan en het voelde heerlijk. En in de roes vergat ik bijna dat ik wel degelijk pijn en moeite heb gehad onderweg; ik was een superheld en niemand kon me anders vertellen. Puh.

De volgende dag heb ik met veel respect naar de Marathon gekeken. Kan ik die ooit ook lopen? Ik ga er mijn zinnen niet op zetten, maar ik vind wel dat als ik, wanneer ik verder getraind ben, wel normaal kan lopen en het idee heb dat een marathon haalbaar kan zijn in de toekomst, ik ook moet proberen ervoor te gaan. Maar voorlopig is dat toekomstmuziek. Het eerstvolgende doel is een 5k; die doe ik mogelijk in de herfst, zodat ik de hele lente en zomer nog lekker ontspannen en zonder teveel tijdsdruk kan trainen. En volgend jaar ga ik mijn tijd op de 4,2 verbeteren. Of, als ik tegen die tijd vind dat ik het kan, ga ik voor de eerstvolgende afstand, de kwart-marathon.

Maar eerst die 5k. Daarna zie ik wel verder.

I'm on Medium now

I know: I barely ever blog anymore, so why bother switching to another platform? Well, I write very irregularly, and mostly elsewhere, but I've discovered Medium as an interesting blogging platform and decided to create a 'Breuls.log' there, just to try it out.

Some of the content from this blog has been migrated over; new posts (in English) will appear there. I will keep my original Dutch blog where it is.

One of the places I write is now also on Medium, by the way. It's the SIM Developers Blog, where my colleagues and I write about tech stuff that happens at SIM (one of my employers).

Run Breuls, Run

Nou, vandaag is de AD City Run. Het wordt niet wat ik had gehoopt (een vlotte race, lekker een mooie tijd neerzetten, en zo), maar ik ga 'm dit jaar tenminste wel doen.

Ik roep al jaren, omdat ik mezelf al jaren "beginnend hardloper" noem (want ik geef het steeds op en dan moet ik een paar maanden later weer bij het begin beginnen), dat het me leuk lijkt om een keer bij de Rotterdam Marathon een kleine afstand te lopen. Naast de 42,2 km is er namelijk ook een 10,5, een 4,2 en een paar kinderafstanden. Die 4,2 kilometer, wat natuurlijk 1/10e marathon is, heet de AD City Run en eind 2016 besloot ik me aan te melden voor de editie van 2017. In de aanloop ernaar, zo'n maand of twee voor de race, besloot ik in overleg met een fysiotherapeut toch maar niet mee te doen, want dat zou niet verstandig zijn. Ik had klachten in mijn kuiten/schenen; spierkrampen, alles trok samen, lopen werd ontzettend moeilijk omdat mijn spieren niet wilden. Na een aantal behandelingen en oefeningen heb ik in de loop van 2017 het hardlopen weer opgepikt tot de inschrijving voor de City Run van 2018 opende. Toen ben ik weer meer gaan trainen.

Hoewel ik in eerste instantie dacht dat mijn klachten van vorig jaar verdwenen waren, kwamen ze een paar weken geleden, toen ik het aantal trainingen per week langzaam probeerde op te voeren, weer terug. Ik ben de afgelopen maanden een paar keer ziek geweest (verkoudheid, niets bijzonders), waardoor ik een paar pauzes in mijn training heb moeten inlassen, en het gebrek aan vooruitgang baarde mij zorgen over het halen van de 4,2 km. Ik was eind februari, op de loopband, namelijk nog niet verder gekomen dan ongeveer 2,5km en met nog een maand te gaan werd het goed voorbereiden voor bijna het dubbele wel een uitdaging.

Dus in maart wilde ik wat vaker trainen. Geleidelijk, en met voldoende rekoefeningen om te boel te ondersteunen, en ook niet in té grote stappen vooruit, wilde ik een comfortabele 3, misschien 3,5 km halen zodat de race zelf nog maar een klein extra stapje was. Tijdens mijn laatste paar trainingen, inmiddels lekker in de buitenlucht, werd het me echter duidelijk dat het niet helemaal ging lukken; na een ren-interval kwam de kramp (of eigenlijk gewoon pijn) tijdens het wandelen opzetten op zo'n manier dat ik soms zelfs moest gaan zitten. En wanneer je zit kom je niet vooruit, terwijl de klok doortikt.

Ik verwacht dat het vandaag niet veel anders gaat; mijn benen zijn niet voldoende getraind om ruim vier kilometer te rennen, zelfs niet met grote wandel-intervals. Ik kán de afstand afleggen, want zo lang is het nou ook weer niet, maar de City Run moet binnen 45 minuten uitgelopen worden als je wil dat je finishtijd nog gemeten wordt. Ik heb een intervalschema bedacht en dat in Runkeeper ingesteld, dat het mij in staat moet stellen de race uit te lopen. Of dat lukt hangt af van hoe het loopt (dat was een running gag, ha ha), maar of ik het vandaag haal of niet; ik doe na het al jaren te willen eindelijk mee aan één van de afstanden van de Rotterdam Marathon. Ik start op de Coolsingel (de oude, want maandag begint de drie jaar durende verbouwing) en hopelijk finish ik er ook.

Is it too soon to remove the headphone jack?

I think I might have been listening to music all my life. I remember listening to the radio when I was too young to actually know what music is, I remember having my first Walkman, Discman, radio Walkman, MiniDisc Walkman, all the way up to my current iPhone. I have always listened to music on tape, CD, radio or digital files. And I have used a lot of ways of getting the music from its source to my ears, the most recent being a set of wireless earbuds that connect to my phone via bluetooth.

The choice for wireless came from a personal preference: the wires were getting in the way of my movement, as were the buds themselves. They fell out of my ears during a run. That annoyed the hell out of me. And when I'm on the go, I usually carry a backpack or some type of shoulder bag, and that didn't always work out too well with the wire from my earbuds, ripping them out of my ears with some force whenever I wasn't paying attention when moving my bag around.

So wireless I went. And I like it. As it turns out, this seems be have been an inadvertent preparation for Apple's next innovative move: eliminating the headphone jack from their next iPhone model. It surprised me that they would just cancel a feature that's been around in audio devices for as long as I can remember, and that has existed for even longer than I'm alive. But I already use the alternative: I am already using wireless earbuds. So I already know that it kind of works to remove the ancient headphone jack. But I wonder if it wouldn't be better for Apple, or any of their competitors, to wait just a little bit longer before making this move.

Because wireless isn't perfect. It never has been, for anything. There are always problems. When I was young, the tv remote didn't always work or my FM radio would lose it's signal. Do you remember using an FM radio in your childhood bedroom and noticing that the signal was interfering? And then you would walk over to the stereo set to adjust it, and it would turn back into perfect sound because your body was blocking the interference? That's over now, for me, but it might be because I no longer listen to FM radio when I'm not in a car. In later years, wireless stuff would fail me when I wanted wi-fi in my house. The house I grew up in had three floors and I was on the top, while the wi-fi access point was on the ground floor. That didn't always work.

And now, there's bluetooth for a lot of stuff. I use it to connect my mouse and keyboard to my computer, to connect some device to another, and to listen to music on my phone when I'm on the go. It works really well, for about 95% of the time. The other 5% are countless moments where the music stutters for a fraction of a second, every few minutes, or when my own body interferes with the signal coming from my phone to my earbuds. Because I have my phone in my pocket, usually my right one, and my earbuds don't agree with that.

If you have never used wireless earbuds or seen them in a picture, they're basically regular earbuds, but the only wire they have is between the left and the right ear. My earbuds are from the Powerbeats Wireless line, which means they are actually made by Apple. They have a receiver in the left ear and the wire takes care of the audio in the right ear. But when I carry my phone in my right pants pocket and I look over my left shoulder, it moves the receiver away from my phone, causing the signal to stop. It stops! Just because I move my head. That shouldn't happen. It certainly shouldn't happen if, in the very near future, this technology becomes the main way of listening to music on your phone (I know; there might be a way of listening to music using an adapter for the lightning jack, but come on, we are pretty much expected to go wireless).

When I move my phone to my left pants pocket, it doesn't happen as much (but it still does), by the way, proving that the signal needs as much support from the user as it can get. It's not ideal. Also, it's not very versatile. When I just bought the earbuds, I tried using them at work, to listen to music from my computer. Connecting them wirelessly was no trouble, but switching between my phone and my computer is a lot more effort than just taking out the jack plug and plugging it into another device. Sometimes, older technologies are just more convenient than new ones. When I use my regular Apple Earpods on my phone, I don't have to worry about there being enough battery charge for my entire journey. The wireless ones need a new charge after about six hours of use. This means you can't use them all day.

I really wonder if it's Apple's intention to force users to use technology that might need another iteration of development before it's good enough. I don't think it is. They might just want to force the issue; force companies to come up with better technology. That's not a bad thing, but I'm a little worried about end users becoming guinea pigs for the next couple of years. Maybe, just maybe, we should wait a few years before making this move.

Fantastic Four

Josh Tranks Fantastic Four isn't the worst superhero movie ever made. Let's be clear about that. Joel Schumacher's Batman & Robin still is the worst superhero ever made. Fantastic Four is not. But that's also, partly, because it's not a superhero movie at all.

I know that the film is an attempt at rebooting the failed franchise that delivered us two mediocre-to-bad movies in the noughties. They were simple, clear, fan-serving superhero movies. They told a story about some scientists going into space, getting into an accident and coming out of it on the other end with super powers. It's a very simple, very basic concept. It's not a bad concept. It is, however, an old one, and it has gotten stale. It was already boring a decade ago.

So it's a good thing that this version of Fantastic Four doesn't try to be the same type of movie. In fact, I would go so far as to say that Trank c.s. have tried not to make it about superheroes, but about scientists tinkering with stuff they're not supposed to tinker with. Because most of the movie is spent looking at Reed Richards story. From him zapping little toy cars into another dimension to him going into the dimension himself, and exploring what's on the other end. It's a primal human desire: to explore, to find the boundaries and cross them, and keep trying where others have failed. I'm not going to include a lot of spoilers in this, but I will mention some story elements you might want to check out for yourself before you read on.

The movie starts with Reed, a kid in school, proclaiming that he's working on a teleporting device. He's being ridiculed, but it doesn't really bother him. He just goes on, and meets a classmate, Ben, when he's trying to get a machine part for his device at Ben's father's junk yard. It starts a friendship between the two, in which Ben helps Reed further his science, until Reed is discovered by a scientist, who employs other young promising scientists to try and nurture their scientific drive, who has been working on the same concept. One thing leads to another and after some more explaining, and even a montage, Reed, Ben and two others find themselves in a very dangerous situation on another planet. Cue super powers.

But it's not really the point of the movie to get the main characters their powers. The point is to get them to achieve their goal, in sending stuff to another place and retrieving it. The point is that they get stupid, possibly because they're drunk, and visit the other end of their teleporting gateway themselves. Things go wrong on the other side, because they're young, lack the wisdom to have enough caution, and travel to an unknown place unsupervised. There's a lesson here; it's okay to explore, to find new worlds, to create new technology, but know that you're getting into some seriously dangerous stuff. Know that unexpected things may happen.

And what I think about Fantastic Four is that it, initially, tries to build something around this message. Maybe tries to find out what the message should be. I think the assignment to create a new movie about this classic superhero group has led Josh Trank, Simon Kinberg and Jeremy Slater, who are credited as having written the screenplay together, to try and find a new and more interesting way to approach this. It's more human, thematically richer, less about super powers and being a hero in front of a cheering crowd. In fact, there is no cheering crowd here, and I'm not talking about the audience: there are some heroics, there's some world saving, but in the end, that's not the point of the movie.

In fact, the part of the movie that is about the group working together, using their powers, fighting the bad guy, is by far the most uninteresting part of Fantastic Four. It's where a potentially compelling story, a cautionary tale about tinkering with science, completely falls apart because it suddenly remembers it was supposed to be about a bunch of Marvel characters.

Okay, it's not that the movie was a piece of brilliance up until that point. It was mediocre. It looked at some interesting things in terms of characters, their backgrounds and their motivations, but it was too involved with getting to the superhero part to notice there was a nice little story in there. And that's why a very decent cast didn't really have anything interesting to do, because they were dragged along to what in other iterations of this story would have been the inciting incident in the first act. Fantastic Four should have been a longer movie: it should have taken more time to try and strengthen the story about Reed and the people he meets on the way to his achievement. It could have gone deeper in terms of character. It shouldn't have bothered with a big battle at the end, instead focusing on the human element. Because this movie shows that it knows about the human element; it's acknowledged, examined ever so slightly until, again, someone remembered there was supposed to be some super heroics somewhere.

So, in the end, what is being sold to the audience as a superhero movie really isn't. It's a movie that tries to be something else but acts like it's not allowed to. It's a thing with enough interesting elements to create something brilliant out of, but it just didn't work out. I liked that it tried to be something else, and I'm sad it didn't work out. Fantastic Four is not a horrible mess, but it is a failure, because it's neither what it's supposed to be, nor what it could be. But it's still interesting enough to have a look and see for yourself the stuff that's in there, that could have become that interesting, new take on a team of Marvel characters.

Een Comic Con in Nederland

Comic-Con. Het is een wat onduidelijke term, zeker voor niet-Amerikanen. Want als iemand je vraagt waar en wanneer Comic-Con plaatsvindt, hoe moet je dan antwoorden? Ik weet dat Comic-Con International in San Diego de bekendste Comic-Con is, en de oudste, en daarom wordt gezien als dé Comic-Con, maar moet je daar dan meteen vanuit gaan als de vraag gesteld wordt?

Evenementen met de naam Comic-Con, of eigenlijk 'Comic Con' zijn niet zeldzaam: het is gewoon een algemene benaming voor een specifiek type evenement. Althans, zolang je geen streepje schrijft tussen Comic en Con. Want als je dat wél doet, breek je een van de vele handelsmerkregistraties die de organisatie van San Diego Comic-Con op hun naam heeft staan. Zonder streepje kun je je gang gaan, want het woord 'comic' kan niet geregistreerd worden als merk.

En omdat er geen gebruiksbeperking is op de naam Comic Con, zijn er dus veel evenementen met een versie van die naam. Niet alleen in de Verenigde Staten; als je dichterbij huis zoekt vind je alleen in Londen, Engeland al drie verschillende, jaarlijks terugkerende evenementen die op een bepaalde manier de naam gebruiken. Het is bijna opvallend dat Nederlandse beurzen als AnimeCon of Epicon (dat na één editie al werd geannuleerd) niet allang hebben gekozen om hun evenement Comic Con te noemen, want het trekt wel bezoekers. Ik bedoel, ik snap het wel: het woord 'comic' dekt de lading van deze beurzen niet, maar het gebruik van de naam trekt aandacht en wekt interesse. Het viel me dit weekend op door de berichtgeving over de eerste Nederlandse beurs die de naam gebruikt: Dutch Comic Con.

Deze beurs, die al (meer dan?) een jaar bezig is met de organisatie en alle voortgang meldt via social media heeft vorige week een PR-offensief gedaan en persberichten verzonden. Veel media namen dit bericht over (soms zelfs letterlijk) en dus valt er momenteel veel te zien van gebruikersreacties op het organiseren van de beurs. De vraag die ik bij het lezen van die reacties heb is: is het terecht om de naam Comic Con zomaar aan een evenement te hangen? Want als we terug gaan naar die ene grote bekende Comic-Con, dan zien we een evenement dat niet alleen een beurs is, maar een groots evenement met film- en tv-sterren, reclamebudgetten van filmstudio's, honderden panels en exclusives, offsite evenementen en meer dan honderdduizend bezoekers. Daar krijgen we in Nederland wel wat van mee; regelmatig doen, na een dergelijk evenement, video's van cosplayers de ronde, krijgen we nieuws dat bekend is gemaakt tijdens een panel, zijn er nieuwe filmtrailers en verschijnen opnames van de panels online. Dat schept een beeld van wat er bij de naam Comic-Con (met of zonder streepje) hoort. Het vormt de betekenis van het merk.

Maar het is geen merk. Niet zonder dat streepje. Alleen; dat weet niemand. Op diverse sites zie ik ofwel in de berichten zelf, ofwel in reacties en tweets, dat het bestaan van een Dutch Comic Con leidt tot de aanname dat "Comic-Con naar Nederland is gekomen". Ik hintte zelf al naar deze aanname in mijn bericht op FOK!, omdat ik twee dingen zie gebeuren onder potentiële bezoekers: de aanname is dat de organisatoren van dé Comic-Con naar Nederland komen om hier ook een editie te organiseren en/of de aanname is dat dit evenement ook vol zit met sterren, interessante panels, bekendmakingen en meer zaken die, zoals we online hebben geleerd, onderdeel zijn van het concept.

Nou weet ik niet in hoeverre dit evenement aan deze verwachtingen gaat voldoen. Ik wil het niet bij voorbaat afkraken. Integendeel: ik ga er heen met de beste bedoelingen, namelijk een leuke dag of weekend besteden, en ik zie wel wat er te beleven is. Ik verwacht echter weinig meer dan wat er op de site staat, en dat is: een beurs, een bioscoop, een avondprogramma met optredens en een reeks gasten. Maar wat verwacht ik van die gasten? Dat ze achter een tafel zitten, met een naambordje (of -poster) zodat voorbijgangers tenminste weten wie ze zijn, en dat je tegen betaling een handtekening of foto kunt krijgen. Dat gebeurt in San Diego, Londen en op andere cons ook, dus daar is niks geks aan, maar het is niet hetzelfde als een panel, waarbij het publiek en de artiesten een uur lang met elkaar in contact staan.

Nederland is ook te klein voor zulke dingen, zou je dan misschien als troostende verklaring kunnen denken. Maar dan doe je geen recht aan de intentie van een beurs als deze: want ook al zijn er geen panels en staat niet heel Utrecht in het teken van het evenement, het is nog steeds een beurs die zich heel specifiek richt op geek culture: films, tv-series, comics (en strips), boeken, sci-fi, games en zo voorts. Er zijn professionele cosplayers en bezoekers worden ook aangemoedigd in hun beste outfit langs te komen. Ik denk dat van iets dat zich Comic Con noemt tenminste verwacht kan worden dat je een leuke dag kunt besteden op de beurs. Ter vergelijking: ik kan in San Diego een dag lang op de beursvloer lopen en achteraf het idee hebben dat ik nog niet alles gezien heb. In Utrecht verwacht ik het natuurlijk wat kleiner, maar als ik na een uurtje alles gezien heb (zoals op Epicon het geval was - niet heel verbazend dat het evenement niet meer terug lijkt te keren), dan is het een teleurstelling.

Hoe dan ook, ik ga het evenement op zichzelf beoordelen, omdat het een op zichzelf staand iets is. Maar de organisatie heeft gekozen voor de naam Comic Con. Terecht of niet; dat schept een verwachting, en ik ben benieuwd hoeveel ze ervan waarmaken.